Er zijn weinig dingen die ik echt haat. Eén ding wel. Vanuit de grond van mijn hart. Ik haat de dood! Ik gruwel van de dood die abrupt een einde maakt aan relaties. Mensen van wie je hield die van de één op de andere minuut weg zijn. Nooit meer aanraakbaar. Nooit meer aanspreekbaar.

In een uitzending van ‘Over Mijn Lijk’ is er een treffend stukje over de dood. Het is tergend om de man van Annemieke machteloos te zien toekijken, als zij aangeeft dat het haar laatste dagen zijn. Patrick Lodiers zegt in reactie daarop tegen haar: ‘Ik vind je nu nóg zo sterk!’. ‘Wat heb je daaraan?’, antwoordt Annemieke, ‘het is een race die je niet kan winnen’.

Jezus en de dood
Jaren geleden stonden twee zussen aan de rand van het bed van hun broer. Zijn kracht nam met de dag af. Als zijn ademhaling even stokte, hielden ze hem angstig in de gaten. Ze wisten het, hij gaat ons zo verlaten. Tot ze zich Jezus herinnerden. Ze wisten dat Hij ziekten overwonnen had. Hij leek opgewassen tegen dodelijke machten. Met de grootste haast stuurden ze hem een verzoek om te komen. Hij kwam. Hij kwam te laat. Lazarus had zijn laatste adem uitgeblazen. Voor zijn zussen was hij nooit meer aanraakbaar. Nooit meer aanspreekbaar.

Jezus’ ontmoet de zussen en anderen die een relatie met Lazarus hadden. Jezus ziet hen machteloos bij het graf staan. Hij ziet het diepe gat wat in hun hart geslagen is. Zijn ogen gaan van het graf naar de familie. En ‘Hij wond zich op’, staat er in de oorspronkelijke tekst. Hij wordt boos! Op dit moment staat Hij oog in ook met zijn vijand en ziet de schade die zijn vijand aanricht: diep verdriet, lijden, machteloosheid. Het gaat dwars tegen Zijn hart in, dwars door Zijn hart heen. Het raakt Hem, tot tranen toe.

De dood kon zich niet van Jezus losmaken zonder zelf dodelijk gewond te raken.

Boos op de dood
Diep verdriet is geen gebrek aan geloof. Gevoelens van boosheid en machteloosheid zijn geen gebrek aan hoop op een leven na de dood. Als je rouwt, eis dan niet van jezelf dat je elk moment ‘nu jaagt de dood geen angst meer aan’ kunt zingen. De dood is nog steeds de laatste vijand (1 Korinthe 15:26). Gun jezelf de ruimte om met Jezus te huilen om de littekens die de dood nalaat. Wees met Jezus boos op de dood, die harten van mensen beschadigt.

De dood sterft
En tóch is dat niet alles. De crux zit in deze uitroep van Paulus: ‘Dood, waar is je angel?’ (1 Korinthe 15:55) Als een bij steekt, blijft zijn angel soms in een wond zitten. Toch probeert de bij zich los te maken van de wond. Met als gevolg dat hij zich losmaakt van zijn eigen angel en zo dodelijk gewond raakt. Als ik besef wat dat betekent, lach ik door mijn tranen heen. De dood heeft zijn angel in Jezus gezet! De dood heeft zijn gif in Jezus’ gespoten. Maar… Jezus was hem te sterk! Het was een race die Jezus wel kon winnen. De dood kon zich niet van Jezus losmaken zonder zelf dodelijk gewond te raken.

Je tranen en je lach zullen nog even naast elkaar blijven bestaan. De dood prikt nog. Hij veroorzaakt nog diepe, hartverscheurende pijn. Maar wees er net zo diep van doordrongen, dat het zijn laatste adem is wat je voelt. Nog even, en de dood sterft. En niemand zal om hem rouwen.

Latest posts by Linda Groeneveld (see all)